Vruchtbaarheidsonderzoek bij de man

Vrijen jullie al een tijd onbeschermd, maar is er nog steeds geen sprake van een zwangerschap? En weet je zeker dat je op het juiste moment in je cyclus vrijt? Dan kan er sprake zijn van verminderde vruchtbaarheid. Dit komt vaker voor dan je denkt: circa één op de zes koppels krijgt hiermee te maken.

Om te weten of er bij jullie eventueel sprake is van vruchtbaarheidsproblematiek, zal je een afspraak moeten maken voor een oriënterend fertiliteitsonderzoek (OFO). Tijdens het oriënterend fertiliteitsonderzoek worden er vragen gesteld en onderzoeken verricht bij zowel de man als de vrouw. Hoe verloopt een vruchtbaarheidsonderzoek bij de man?

Vruchtbaarheidsonderzoek bij de man: zaad inleveren

Om de vruchtbaarheid van de man in kaart te brengen, moet het sperma worden onderzocht. Dit gaat natuurlijk alleen wanneer het sperma eerst wordt opgewekt, opgevangen en ingeleverd. Het opwekken van het zaad gebeurt door middel van masturbatie, waarbij je als partner wél mag helpen, maar alleen onder strikte voorwaarden. Zo mag het sperma niet in aanraking komen met zeep, glijmiddel, spuug of vaginaal vocht. Ouderwets handwerk dus, en ook nog met schone handjes.

Het resultaat wordt opgevangen in een potje en vervolgens ingeleverd bij het laboratorium. Woon je binnen 30 minuten van het ziekenhuis, dan gaat de arts er in de regel mee akkoord dat het sperma thuis wordt opgewekt. Bij grotere afstanden kan je gebruikmaken van het speciale “herenkamertje” in het ziekenhuis. Bij vervoer vanaf huis moet je ervoor zorgen dat het sperma op temperatuur blijft: bewaar het potje in je broekzak of tegen je lichaam.

Bij het zaadonderzoek wordt gekeken naar de hoeveelheid en de beweeglijkheid van de zaadcellen. Na een aantal dagen of weken krijg je de uitslag van het spermaonderzoek. Blijkt de zaadkwaliteit in orde, dan wordt de man in de regel niet verder onderzocht.

Verder vruchtbaarheidsonderzoek bij de man

Als de spermakwaliteit te wensen overlaat, zal de arts willen onderzoeken hoe dat komt. Vaak wordt in dat geval gevraagd om een onderzoek van de balzak en de daarin aanwezige zaadballen. Dit onderzoek gebeurt met de hand of met een echo en doet verder geen pijn. De arts bekijkt of de zaadballen wel goed zijn ingedaald en (als het een echo betreft) of er geen spataderen in de balzak aanwezig zijn. Ook kan er bloed worden afgenomen om de hormoonwaarden te bepalen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *