ICSI

Wordt IVF al gezien als vrij ingrijpend, ICSI gaat nog net een stapje verder. De term ICSI staat voluit voor Intra Cytoplasmatische Sperma Injectie, een benaming die in feite al aangeeft wat er bij deze behandeling gebeurt: het sperma wordt rechtstreeks in de eicel geïnjecteerd. Dit gebeurt met behulp van een glaspipetje.

Omdat een zaadcel heel klein is (de kop is 0,005 bij 0,003 mm en het staartje meet slechts 0,05 mm) is dit een heel secuur werkje, waarbij de laborant uit het ejaculaat één enkele zaadcel kiest om deze in de eicel te brengen. Hoewel je in eerste instantie zou denken dat een bevruchting door middel van ICSI gegarandeerd is (de zaadcel en eicel zijn immers samengebracht), hoeft niet iedere ICSI-poging tot een bevruchting te leiden. Een zaadcel moet namelijk nog aanvullende reacties aangaan nadat deze de eicel binnengedrongen is; zonder deze aanvullende reacties komt er geen bevruchting tot stand. Gemiddeld wordt 50 tot 60% van de eicellen die worden geïnjecteerd, daadwerkelijk bevrucht.

De juiste zaadcel uitkiezen voor ICSI

De laborant die verantwoordelijk is voor de ICSI-behandeling, kiest een zo goed mogelijke zaadcel uit om te injecteren in de eicel. Helaas hangt aan zaadcellen een labeltje waarop staat hoe het DNA ín de zaadcel er uitziet. Voor een ICSI-behandeling wordt altijd gekozen voor de zaadcellen die het meest normaal tonen, zowel qua vorm als qua bewegelijkheid. Soms heeft de laborant echter geen keuze, omdat het zaadmonster alleen spermacellen met een afwijkende vorm en/of een slechte bewegelijkheid bevat. In dat geval zal er geroeid moeten worden met de riemen die er zijn: de minder normale zaadcellen dus.

Op dit moment zijn er geen wetenschappelijke gegevens bekend waaruit zou blijken dat afwijkende zaadcellen ook leiden tot afwijkende kinderen. Wel is het zo dat zaadcellen met een sterk afwijkende kop een mindere kans geven op zwangerschap. Dit komt waarschijnlijk doordat zaadcellen met een afwijkende kop eerder genetische afwijkingen bevatten waardoor eventueel ontstane embryo’s in een zeer vroeg stadium ophouden met delen.

Voor wie is ICSI geschikt?

ICSI is een aangewezen behandelmethode voor stellen bij wie de man een zeer slechte zaadkwaliteit heeft: hetzij door te weinig zaadcellen (minder dan 1 miljoen), hetzij door te sterk afwijkende zaadcellen (slechte bewegelijkheid en/of afwijkende vorm), hetzij door teveel antistoffen in zijn sperma. Ook als de vrouw antistoffen tegen sperma produceert wordt soms overgegaan tot ICSI. Verder wordt ICSI toegepast bij stellen bij wie een eerdere IVF-behandeling niet of nauwelijks heeft geleid tot bevruchtingen.

Qua procedure voor het stel in kwestie verloopt ICSI op dezelfde manier als IVF: alleen de procedure in het laboratorium is anders. De gemiddelde kans op een doorgaande zwangerschap is bij ICSI iets groter dan bij IVF. Gemiddeld resulteert 20 tot 25% van de ICSI-behandelingen in een doorgaande zwangerschap, maar let wel, dit zijn alleen maar gemiddelden! De slagingskans per individu hangt af van diverse factoren, zoals de kwaliteit van de embryo’s, de leeftijd van de vrouw en eventuele vruchtbaarheidsproblemen bij de vrouwelijke helft van het paar.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *